Waarom deze KPI's samen horen
De KPI's voor abonnementen zijn MRR (monthly recurring revenue, de terugkerende omzet per maand), ARR (annual recurring revenue, dezelfde omzet per jaar), churn, retentie per cohort, LTV, gemiddelde levensduur en widgetconversie. Een abonnementenprogramma draait niet op één getal. Omzet zegt niets zonder te weten hoeveel klanten je verliest, en churn zegt niets zonder te weten hoeveel een klant gemiddeld waard is. Samen vormen deze KPI's een compleet beeld: hoeveel terugkerende omzet je hebt, hoe stabiel die is, en hoe goed je nieuwe abonnees binnenhaalt en behoudt.
De formules in één overzicht. Daaronder staat per KPI wat hij betekent en hoe je hem leest.
| KPI | Formule | Waarvoor gebruik je het |
|---|---|---|
| MRR | Som van (abonnementsbedrag × maandequivalente frequentie) over alle actieve abonnementen | Actuele terugkerende omzet volgen, maand op maand |
| ARR | MRR × 12 | Jaarlijkse groei en langetermijnplanning |
| Churn rate | Aantal abonnementen dat in de periode is gestopt ÷ aantal lopende abonnementen aan het begin van de periode × 100% | Meten hoeveel abonnees je verliest |
| Retentie per cohort | Abonnementen van een startmaand die nog lopen ÷ abonnementen die in die maand zijn gestart | Zien wanneer abonnees afhaken en of nieuwe cohorten langer blijven |
| Gemiddelde levensduur | 1 ÷ churn per maand | Inschatten hoe lang een abonnee blijft |
| LTV | Gemiddelde omzet per abonnement per periode × gemiddelde levensduur in periodes | Inschatten hoeveel een abonnee over de hele looptijd oplevert |
| Herstel van mislukte betalingen | Afschrijvingen die na een nieuwe poging alsnog zijn betaald ÷ mislukte afschrijvingen | Zien of je herincasso werkt |
| Widgetconversie | Bezoekers die het abonnement kiezen ÷ bezoekers die de widget zien | De instroom van nieuwe abonnees volgen |
MRR en ARR: betekenis en formule
MRR staat voor monthly recurring revenue: de terugkerende omzet die je in een gegeven maand mag verwachten uit actieve abonnementen, herleid naar een maandbedrag. ARR staat voor annual recurring revenue: dezelfde terugkerende omzet op jaarbasis. ARR wordt vooral gebruikt om groei op lange termijn te bespreken.
De formule: MRR = de som van de maandbedragen van alle actieve abonnementen, en ARR = MRR × 12. Voor een abonnement dat elke vier weken wordt geïncasseerd, reken je het bedrag om naar een maandequivalent, zodat abonnementen met verschillende frequenties vergelijkbaar zijn.
Een rekenvoorbeeld. Een abonnement van € 30 per maand telt voor € 30. Een levering van € 20 per twee weken telt voor € 20 × 4,345 weken per maand ÷ 2, dus ruim € 43. Een jaarabonnement van € 240 telt voor € 20. Heb je van elk honderd abonnementen, dan is je MRR € 3.000 + € 4.345 + € 2.000 = € 9.345 en je ARR € 9.345 × 12 = € 112.140. Gepauzeerde abonnementen laat je erbuiten: ze leveren deze maand niets op.

Churn rate en retentie per cohort
Churn is het deel van je klanten of abonnementen dat in een periode stopt. De formule: churn rate = het aantal abonnementen dat in de periode is gestopt ÷ het aantal lopende abonnementen aan het begin van de periode × 100%. Daarin tellen opzeggingen mee en abonnementen die niet-vrijwillig eindigen, bijvoorbeeld door een mislukte incasso die niet is hersteld. Stoppen er in een maand 14 van de 400 abonnementen, dan is de churn 3,5%.
Een enkel churnpercentage over je hele klantenbestand verbergt echter grote verschillen: nieuwe abonnees zeggen vaak sneller op dan klanten die al jaren blijven. Daarom is retentie per cohort waardevoller: je groepeert abonnees op basis van hun startmaand en volgt per cohort hoeveel er na maand 1, maand 3, maand 6 en verder nog actief zijn. De formule: retentie per cohort = het aantal abonnementen van een startmaand dat nog loopt ÷ het aantal dat in die maand is gestart. Zo zie je of recente cohorten beter of slechter presteren dan oudere, en of aanpassingen aan onboarding of prijsstelling effect hebben.
- Groepeer per startmaandVerdeel alle abonnees in cohorten op basis van de maand waarin ze hun eerste betaling deden.
- Volg retentie per periodeBereken per cohort welk percentage nog actief is na 1, 3, 6 en 12 maanden.
- Vergelijk cohortenZet cohorten naast elkaar om te zien of retentie verbetert of verslechtert over tijd, bijvoorbeeld na een wijziging in de widget of het onboardingproces.

LTV en gemiddelde levensduur
LTV staat voor lifetime value, voluit customer lifetime value en in het Nederlands klantwaarde: een schatting van de omzet die een abonnee je oplevert over de hele tijd dat hij klant is. Een gangbare basisformule: LTV = de gemiddelde omzet per abonnement per maand × de gemiddelde levensduur in maanden. De gemiddelde levensduur volgt op zijn beurt uit de churn: 1 ÷ de churn per maand. Hoe lager de churn, hoe langer abonnees gemiddeld actief blijven, en hoe hoger de LTV.
LTV is vooral nuttig om te toetsen of de kosten om een nieuwe abonnee te werven in verhouding staan tot wat die abonnee uiteindelijk oplevert, en om te zien welk effect een verbetering in retentie heeft op de waarde van je klantenbestand.
In getallen: bij een churn van 3% per maand is de verwachte looptijd één gedeeld door 0,03, dus ruim 33 maanden. Is een abonnement gemiddeld € 24 per maand waard, dan is de LTV ongeveer € 800. Zakt de churn naar 2,5%, dan wordt de looptijd 40 maanden en de LTV € 960. Reken bij een heel lage churn met een maximum, bijvoorbeeld 60 maanden; anders voorspelt de formule een looptijd die je nog nooit hebt gezien.
Een gemiddelde LTV over je hele klantenbestand kan grote verschillen tussen segmenten maskeren. Splits waar mogelijk uit naar productcategorie of acquisitiekanaal voor een scherper beeld.
Betalingen: het cijfer dat vaak ontbreekt
In de meeste KPI-lijstjes ontbreekt wat er met mislukte betalingen gebeurt. Toch stopt een deel van je abonnementen daardoor, zonder dat de klant dat wilde. Volg daarom twee cijfers: hoeveel afschrijvingen er mislukken, en welk deel daarvan na een nieuwe poging alsnog wordt betaald. De formule voor het tweede: alsnog betaalde afschrijvingen ÷ mislukte afschrijvingen. Dat cijfer zegt of je herincasso werkt. Zakt het, kijk dan naar de dagen waarop je het opnieuw probeert en naar de e-mail die de klant krijgt.
Widgetconversie: de start van de trechter
MRR, churn en LTV gaan over abonnees die al klant zijn geworden. Widgetconversie meet het begin van de trechter: welk percentage bezoekers dat de abonnementswidget op de productpagina ziet, ook daadwerkelijk voor het abonnement kiest in plaats van een eenmalige aankoop. De formule: widgetconversie = bezoekers die het abonnement kiezen ÷ bezoekers die de widget zien. Deze KPI is direct te beïnvloeden met de widget zelf (tekst, prijsweergave, kortingspresentatie) en leent zich daarom goed voor A/B-testen. Een hogere widgetconversie vergroot de instroom van nieuwe abonnees, wat op zijn beurt MRR en, bij gelijkblijvende churn, ook ARR laat groeien.
- Bereken MRR op maandequivalente basis, ook voor abonnementen met andere frequenties
- Rapporteer churn per cohort in plaats van als één totaalcijfer
- Gebruik LTV om acquisitiekosten en retentie-investeringen tegen elkaar af te wegen
- Volg widgetconversie los van churn en LTV, want het stuurt de instroom van nieuwe abonnees
- Herhaal cohortanalyses regelmatig om het effect van wijzigingen te zien
Veelgestelde vragen
Wat betekent MRR?
MRR staat voor monthly recurring revenue: de terugkerende omzet van je lopende abonnementen, omgerekend naar één maand. Een abonnement van € 30 per maand telt voor € 30, een jaarabonnement van € 240 voor € 20.
Wat betekent ARR?
ARR staat voor annual recurring revenue: je terugkerende omzet op jaarbasis. Je berekent het als MRR × 12; bij een MRR van € 9.345 is de ARR € 112.140.
Wat is het verschil tussen MRR en ARR?
MRR is de terugkerende omzet op maandbasis, ARR is dezelfde omzet uitgedrukt op jaarbasis (MRR × 12). ARR wordt vooral gebruikt voor langetermijnplanning.
Waarom is churn per cohort beter dan één churnpercentage?
Eén churnpercentage over je hele klantenbestand verbergt verschillen tussen nieuwe en oude abonnees. Cohortanalyse laat zien hoe retentie zich per instapmaand ontwikkelt en of aanpassingen effect hebben.
Hoe bereken ik gemiddelde levensduur?
De gemiddelde levensduur volgt uit de churn: één gedeeld door de churn per maand. Bij 3% is dat ruim 33 maanden. Hoe lager de churn, hoe langer abonnees gemiddeld actief blijven; dat is de basis voor de LTV-berekening.
Waarom is widgetconversie een aparte KPI naast churn en LTV?
Widgetconversie meet de instroom van nieuwe abonnees, terwijl churn en LTV gaan over klanten die al abonnee zijn. Beide kanten van de trechter zijn nodig voor een compleet beeld van groei.
Tellen gepauzeerde abonnementen mee in de MRR?
Nee. Een gepauzeerd abonnement levert in die periode geen omzet op. In Loyalo telt de MRR alleen lopende abonnementen; in de cohorten telt een pauze wel als 'loopt nog', omdat de klant niet is opgezegd.
Hoe vaak moet ik naar deze cijfers kijken?
Kijk wekelijks naar MRR, nieuwe abonnementen, opzeggingen en mislukte betalingen: daar kun je snel op bijsturen. Cohorten en LTV bewegen langzamer; die bekijk je maandelijks.
Zie deze KPI's terug in je eigen dashboard
Bekijk in een demo hoe MRR, churn, cohorten en klantwaarde op de pagina Analyse van Loyalo staan, en hoe je twee versies van de widget met een A/B-test vergelijkt.
Demo aanvragen